‘Volgens mij kun je gerust 30 procent vervangen zonder problemen’
Wie vanaf de Barneveldseweg het erf opdraait van geitenhouder Joop Schaafsma ziet meteen een rijtje prachtige witte geiten staan. Ze zijn druk met eten, maar kijken nieuwsgierig op als je naar ze toe loopt. Dit zijn duidelijk dieren die aanloop gewend zijn. ‘Aanloop is hier inderdaad veelvuldig,’ vertelt Schaafsma. ‘Denk aan gasten die onze vergaderruimte huren, medewerkers en onderzoekers wanneer we betrokken zijn bij een proef.’
De pilot Gras om op te kauwen is onderdeel van het thema Circulair Veevoer
Onderzoekers zijn nogal eens te gast, want Schaafsma is geïnteresseerd in onderzoek. De recentste pilot waaraan hij meedeed, is het voeren van ontsloten gras van Grassa. Het idee achter dit product is dat vers gras wordt geperst, verhit en gefilterd waardoor een gras ontstaat met – zo geeft Grassa zelf aan – 25% minder onbestendig eiwit, een OEB van nagenoeg nul en met een hoge NDF-verteerbaarheid. Het eiwit dat uit het verse gras wordt gehaald, is een kostbaar bestanddeel en inzetbaar voor andere doeleinden. De vraag is natuurlijk wel of herkauwers net zo goed raad weten met ontsloten als met vers gras. Op de bedrijven van geitenhouders Henri Drost en Joop Schaafsma in Lunteren is dit onderzocht bij melkgeiten, in samenwerking met onderzoekers van Wageningen Livestock & Research.
Afspraken
Stapsgewijs werd een deel van het verse gras in het rantsoen op beide bedrijven vervangen door ontsloten gras. Bij Schaafsma liep de proef van oktober 2024 t/m half januari 2025. Vanuit zijn nieuwsgierigheid besloot hij mee te doen: ‘Ik werd gebeld door Voergroep Zuid, onze krachtvoerleverancier. Leek me interessant. Aan proeven meedoen vind ik prachtig, om steeds weer bij te leren. Ik hoef niet het hoogste te halen of de beste te zijn, maar ik wil wel graag weten wat ik aan het doen ben.’ Bij het meedoen aan een onderzoekspilot hoort het maken van goede afspraken: ‘We spraken over de opzet van de proef, voorwaarden, vergoedingen en wat we doen als het misgaat. Als tien procent van m’n geiten van de melk af raakt, hebben we het over serieus geld. Dat praat je dicht met elkaar,’ legt Schaafsma uit. ‘Dit is allemaal prima verlopen.’
Tijdsinvestering
De daadwerkelijke proef kostte de nodige tijd. Een deel daarvan kwam op Schaafsma neer, een deel van het werk kon hij delegeren. ‘We moesten twee keer voer maken, dat kost me dan een halfuur extra. Die tijd haal ik wel ergens vandaan. Maar extra melk bemonsteren is zoveel werk, dan moet je extra personeel gaan inzetten. Zo maakten we per klus een afweging qua tijdsinvestering en hoe dat op te lossen. De proef was gelukkig niet in de lammerperiode, anders zou het niet gaan.’
Meten = weten
Stapsgewijs was de opzet van de pilot als volgt:
- Nulmeting van de melk: ‘Zodat we van alle geiten wisten wat ze vóór de proef gaven’;
- Twee groepen kregen Grassa, twee groepen niet: ‘De groepen waren grotendeels gelijkwaardig. Binnen elke groep liepen hoog- en laagproductieven door elkaar’;
- Meten en wegen: ‘We wogen af hoeveel voer we de dieren gaven en het restvoer. Dit deed ik overigens al voor de proef, om verspilling te voorkomen. Per groep konden we zien of de melkproductie omhoog of omlaag ging’;
- Om de vier á vijf weken werd de melk bemonsterd;
- Wageningse onderzoekers deden welzijnsmetingen waarbij ze keken naar soepele gangen, schone achterhanden, uiers, de vachtconditie en de bodyconditiescore.
Circulair veevoer
De pilot Gras om op te kauwen is onderdeel van het thema Circulair Veevoer van de proeftuin Boer aan het Roer. Binnen dit thema lag de focus op het doen van proeven met alternatieve eiwitbronnen en restproducten van levensmiddelen. In deze proef werd ontsloten gras gevoerd aan geiten bij geitenhouders Henri Drost en Joop Schaafsma in Lunteren. Dit product is eerder getest bij rundvee. Dit onderzoek werd uitgevoerd door WUR; het spoor Circulair Veevoer was een samenwerking tussen de universiteiten van Wageningen en Utrecht. In mei 2023 won Grassa een innovatieprijs binnen Foodvalley NL: https://grassa.nl/grassa-wint-50-000-voor-eiwit-pilot/
Constanter
‘Stapsgewijs vervingen we binnen de 1400 kilo gras die we voerden, een deel van het verse gras door Grassa,’ legt Schaafsma uit. ‘Uiteindelijk zaten we op pakweg eenderde qua vervanging. Het waren dus geen grote veranderingen waarmee we speelden. Op het oog konden we niets aan de geiten zien. Aan de cijfers zagen we dat het eiwit in de melk een klein beetje zakte bij de Grassaproef, maar het verschil was zo klein dat we niet goed kunnen zeggen of dit inderdaad door de Grassa komt en waarom. Dat vraagt nog om vervolgonderzoek. Wel heb ik de indruk dat met Grassa het voer wat constanter wordt. Dat is een voordeel, zeker bij geiten, die absoluut niet van schommelingen houden.’
Verwaarden
Of Grassa voor de geiten van Schaafsma interessant is op de lange termijn hangt – logischerwijs – samen met het prijskaartje: ‘Als Grassa goedkoper is dan vers gras is het zeker interessant. Want volgens mij kun je dan gerust 30 procent vervangen zonder problemen. Wanneer je het onbestendig eiwit eruit haalt, waar een koe of geit niet veel mee kan, en ook dat eiwit kunt verwaarden, kun je Grassa op termijn gunstig in de markt zetten, denk ik. Bovendien, najaarsgras is vaak te nat en kun je niet goed droog krijgen. Dat gras is voor geiten niet zo geschikt en voor koeien soms ook minder, maar bij Grassa kunnen ze het goed gebruiken. Dus dat is gunstig voor de veehouderij: minder geschikt voer geschikt maken voor opname.’ Momenteel voert Schaafsma geen ontsloten gras omdat het niet beschikbaar is: ‘Bij ons ging er op een gegeven moment 400 kilo per dag doorheen. Toen de proef klaar was, was de Grassa op.’
Mislukken
Al met al kijkt geitenhouder Joop Schaafsma positief terug op de proef. Sterker nog, hij kijkt ook vooruit: ‘Ik denk dat dit soort pilots de toekomst is. En zoiets mag ook best mislukken, want ook van mislukte experimenten leren we. Daarom doe ik graag mee, dat we allemaal ervan leren. Maar deze proef met Grassa is niet mislukt, nee. Mocht er een vervolg komen, ben ik zeker geïnteresseerd.’
In dit eerste artikel over Gras om op te kauwen komt geitenhouder Joop Schaafsma aan het woord. In het tweede artikel over deze pilot gaat WUR-onderzoeker Francesca Neijenhuis in op het gedane onderzoek. Ga naar het volgende artikel
Tekst: Carola van Ruiswijk
Beeld Carola van Ruiswijk en Francesca Neijenhuis (Wageningen University & Research)


