Pilot Gras om op te kauwen – 2

‘Je wilt weten of die geit het kan volhouden op dit rantsoen’

Wie kennis zoekt over circulair geitenvoer, komt al snel bij senior WUR-onderzoeker Francesca Neijenhuis uit. Zij was betrokken bij de proef met tarwegistconcentraat voor geiten, Geitenbrij én bij de pilot met ontsloten gras van Grassa, alledrie initiatieven vanuit Boer aan het Roer. Onlangs zijn de onderzoeksgegevens van Grassa verwerkt. Francesca licht een eerste tipje van de sluier op.

 

Was de vraag bij tarwegistconcentraat al of de geiten het zouden eten, bij de pilot met Grassa was nog meer voorzichtigheid geboden, vertelt Francesca: ‘Tarwegistconcentraat maakt bestaand voer alleen wat plakkerig en zoeter. Grassa is echt een ander product. Dat is spannend, want geiten houden niet van veranderingen, ook niet qua voer. Daarom hebben we de eerste vijf weken op het eerste bedrijf een smaakproef gedaan waarbij we de hoeveelheid Grassa in het rantsoen langzaam lieten toenemen: van 0 naar 25, 50, 100 en uiteindelijk 200 gram.’

 

Smaakopbouw

‘Bij Drost besloten we om 200 gram droge stof aan te houden, dat is ongeveer 600 gram product. Bij Schaafsma hebben we eerst twee weken een smaakproef gedaan waarin we opgebouwd hebben naar 300 gram droge stof. Bij het eerste bedrijf ging dat immers goed dus een kortere smaakopbouw en iets meer Grassa durfden we wel aan. Als de geiten van de melk gaan of stoppen met eten, kun je tussentijds ingrijpen, maar dat is niet nodig geweest.’

 

Variabelen

Bij Drost dus 200, bij Schaafsma 300 gram droge stof uit ontsloten gras van Grassa. Namen jullie verschillen waar? Francesca: ‘We vergelijken alleen binnen een bedrijf de groep die Grassa krijgt met de controlegroep, zonder Grassa. Bedrijven onderling vergelijken doen we niet, want er zijn zoveel variabelen. Wat vergelijk je dan? Zelfs bij het vergelijken van twee groepen binnen hetzelfde bedrijf houden we een slag om de arm omdat het geen lange proef was. Grassa is op slechts twee bedrijven uitgeprobeerd over een niet al te lange periode.’

 

Voedingswaarde

Bij de proef ging het om het ontsloten gras van Grassa. ‘Producten die uit dat ontsloten gras komen en eveneens weggezet worden, hebben wij niet gebruikt,’ legt Francesca uit. ‘Alleen het gras dat overblijft.’ Volgens Grassa heeft het bewerkte gras dezelfde voedingswaarde als vers gras. Maar hoe kan dat, als je nutriënten aan het gras onttrekt? Francesca legt uit: ‘De voedingswaarde is beter ontsloten, de vezelstructuur is veranderd. Daardoor komt de voedingswaarde voor het dier op nagenoeg hetzelfde neer; het voer is beter benutbaar. Zo legt Grassa dat uit. Voor deze proef zijn we hiervan uitgegaan en van wat de veevoerexperts zeggen op het bedrijf, hoe zij Grassa inrekenen in hun rantsoenberekening.’

 

Langdurig

Met de aangereikte gegevens konden de onderzoekers aan de slag: ‘We hebben op beide bedrijven goed gekeken of wat er in het rantsoen staat ook daadwerkelijk gevoerd is in kilogram product en hoeveel de geiten daarvan hebben opgenomen. Bij Schaafsma hebben we ook wat analyses gedaan van het verse voer en het restvoer in beide groepen, zodat je een idee krijgt van wat ze nu echt hebben opgenomen aan droge stof, energie, en dergelijke.’ Evenals Joop Schaafsma is Francesca best tevreden met het resultaat vanuit de proef, maar ze is nog voorzichtig: ‘Wat ik nu kan zeggen, is dat we geen grote verschillen zien in melkgift, in gehaltes in de melk en ook geen rare dingen in de gezondheid van de dieren, maar om beter onderbouwde uitspraken te kunnen doen is een langduriger proef nodig en ook bij hoog productieve geiten.’

 

Ureum

Wat wel opviel: het ureumgehalte leek iets te stijgen in de proefgroep. ‘Niet extreem hoor,’ geeft Neijenhuis aan, ‘maar toch, waarom stijgt het iets?  Dat zou voor de langere termijn wel een belangrijke vraag zijn. Wij doen proeven van drie maanden, maar je wilt wel weten of die geit het kan volhouden op dit rantsoen. We zijn daar zeker niet bang voor, maar er is nog onvoldoende duidelijkheid voor de langere termijn. Die kortere pilots vormen een mooi begin, maar een langer vervolg is nodig om hardere conclusies te kunnen trekken.’

 

Equipment

De vraag is natuurlijk ook of circulair voer op lange termijn blijvend interessant is voor de veehouder. Francesca realiseert zich dit maar al te goed: ‘Ik denk dat het bij alle producten belangrijk is om te noemen dat het qua kosten-baten uit moet kunnen. Bij Geitenbrij hebben ze tijdens de proef het voer aangeleverd in een plastic surf, bij tgc moet je een silo aanschaffen, Grassa wordt aangeleverd in balen. Je hebt dus een bepaalde equipment nodig en daar zitten wel kosten. Dat zijn belangrijke zaken om verder uit te zoeken, zeker als het om grote investeringen gaat.’

 

Veel werk

Al met al is de proef goed en naar tevredenheid verlopen voor alle partijen. Er is veel werk verzet: ‘We hadden best veel geiten: bij het eerste bedrijf tweemaal 160 dieren, bij het tweede bedrijf tweemaal 375. In het geval van Schaafsma betekent dit dat er tweemaal 375 geiten op elk moment van waarnemen per stuk bekeken zijn, dus dat is een heleboel werk geweest voor de mensen die bij deze pilot betrokken waren en op stal hebben gelopen. De MPR’s zijn natuurlijk ook per geit gedaan. Dat moet de boer doen, eventueel met extra personeel. Kortom, doordat zowel de veehouders als onze waarnemers hun rol en taak goed vervulden, is deze pilot goed verlopen.’

 

In dit tweede artikel over Gras om op te kauwen gaat WUR-onderzoeker Francesca Neijenhuis in het op het gedane onderzoek. In het eerste artikel over deze pilot komt geitenhouder Joop Schaafsma aan het woord.

 

Tekst: Carola van Ruiswijk

Beeld: Carola van Ruiswijk en Francesca Neijenhuis – Wageningen University & Research

Blijf op de hoogte

Asset 7 Meer nieuwsberichten

Pilot Gras om op te kauwen – 1

‘Volgens mij kun je gerust 30 procent vervangen zonder problemen’ Wie vanaf de Barneveldseweg het erf opdraait van geitenhouder Joop Schaafsma ziet meteen een rijtje