Evaluatie pilot Mestverbetering: Mest ruikt en oogt anders, vervolgonderzoek naar effect nodig

Deelnemers van de pilot Mestverbetering willen komend jaar het effect van steenmeel en een bacteriemengsel op de kwaliteit van de mest en de bodem verder onderzoeken. Tijdens de evaluatiebijeenkomst eind november zijn interessante resultaten van beide mengsels besproken. Daar zijn ook weer vragen uit voortgekomen waarvoor ze graag met een vervolgproef aan de slag gaan. Melkveehouder Van Bennekom: “Wij merkten in de mestput dat het mengsel al wel wat deed. De mest stonk en schuimde veel minder.”

De evaluatiebijeenkomst vond op 29 november plaats bij deelnemer in Lunteren bij één van de vier melkveehouders waarbij in de herfst van 2021 de mest behandeld werd met een toevoegmiddel.  Tijdens deze bijeenkomst werden de bevindingen/resultaten van het eerste groeiseizoen gepresenteerd door Dennis Storkhorst van Groeikracht. De toevoegmiddelen Actimin Gesteentemeel  en bacteriemengsel Valorem werden dit jaar beide getest op twee verschillende melkveebedrijven. De mest is uitgereden bij de eerste drie sneden waarbij zowel mestmonsters als gewasmonsters genomen. De resultaten verschillen tot nu toe per bedrijf. Het waterschap en LTO Noord willen daarom de proef volgend jaar voortzetten, met aanvullende metingen. Zo zou volgend seizoen de proef o.a. kunnen worden uitgebreid met pH-metingen in de mestkelder.

Steenmeel
De gedachte achter het steenmeel is dat het stikstof in de mest beter bindt, waardoor het vervolgens minder snel in de bodem uitspoelt. Dennis Storkhorst van Groeikracht voerde de metingen uit voor de pilot. “Na het toedienen van de steenmeel in de mestput zagen we het percentage drogestof en magnesium in de mest omhoog schieten. Logisch, want steenmeel is droog en bevat veel magnesium. Verder weinig verschil in de mest te zien de eerste drie weken. Vervolgens zagen we bij alle drie de snedes nog weinig verschil tussen de gewasstroken met onbehandelde versus behandelde mest. De leverancier van de steenmeel gaf aan dit beeld te herkennen, zij zien vaak in het tweede jaar pas echt resultaten van het middel op de gewasopbrengst. Het ecosysteem heeft simpelweg even tijd nodig om aan het middel te wennen. Daarom zouden we de proef ook graag volgend jaar herhalen.”

Bacteriemengsel
Het idee van het bacteriemengsel is dat het de mest zo omzet dat de stikstof minder als ammoniak verloren gaat. Op de twee bedrijven waarbij bacteriën werden toegevoegd aan de mest lieten zijn verschillende resultaten gemeten. Bij de één werd in de behandelde put de stikstof beter behouden dan in de onbehandelde put, terwijl dit bij het andere bedrijf juist niet het geval was. Opvallend was wel dat bij de bedrijven een trend zagen dat de Minerale-N, dus de stikstof die snel voor de plant beschikbaar komt, beter behouden bleef in de mest. Echter waren deze verschillen klein, evenals het verschil in eiwitkwaliteit welke bij het gebruik bij het bacteriemengsel beter lijkt. Deelnemende melkveehouders Overgoor uit Stoutenburg en Van Bennekom uit Renswoude merkten wel zichtbaar verschil in de mest: “Wij zagen meteen minder schuim en minder geur in de behandelde mest.”

Weersinvloeden
Het weertype van afgelopen voorjaar heeft ongetwijfeld ook een rol gespeeld bij de effectiviteit van de toevoegmiddelen volgens de betrokkenen. Storkhorst: “Het bacteriemengsel bindt bijvoorbeeld stikstof in organische vorm. Maar dat komt pas vrij als het door het bodemleven  afgebroken wordt, dus mineralisatie. Door de weersomstandigheden van afgelopen voorjaar, eerst heel nat en koud, later erg droog, was de mineralisatie minimaal. Het is best mogelijk dat hierdoor een hogere stikstofvoorraad in de bodem is opgeslagen, die dit jaar nog niet vrijgekomen is in het gewas.” Ook daarvoor zou het interessant zijn om komend jaar nog een ronde met de middelen te draaien. Om te kijken of de stikstofvoorraad wellicht wordt opgebouwd als bodemvoorraad wordt overwogen om volgend jaar ook bodemmonsters te nemen.

 

Blijf op de hoogte

Asset 7 Meer nieuwsberichten

Pilot: Wroeten met Meelwormen

Meelwormen en varkens lijken op het eerste oog niet meteen logische combinatie. Maar qua voedingswaarde zijn deze insecten juist interessant om als duurzame toevoeging te